|
In Nederland en in België komen verschillende beschermde- en bedreigde planten en diersoorten voor. Ook zijn diverse gebieden beschermd in bijvoorbeeld Natura 2000 of in de Ecologische Hoofdstructuur. Diverse initiatieven komen in aanraking met de wet- en regelgeving die deze soorten c.q. gebieden beschermen wat kan leiden tot problemen. Groen-planning wordt vaak ingeschakeld om deze problemen op te lossen of zelfs te voorkomen.
Voor uiteenlopende projecten in Nederland en in België brengt Groen-planning de soortensamenstelling van planten en dieren in projectgebieden in kaart. Ter zake deskundige ecologen voeren op de juiste momenten van het jaar en het juiste uur van de dag een gerichte kartering uit. Zo nodig wordt een onderzoek voortgezet gedurende meerdere jaren of aangevuld met van derden beschikbare gegevens. Veelal is een dergelijk onderzoek een onderdeel van een MER-studie, een haalbaarheidsanalyse, een aanvraag van een ontgrondingvergunning, een wijziging van een bestemmingsplan, een artikel 19-procedure en dergelijke. Bij de inventarisatie van de planten en dieren gaat de aandacht veelal uit naar soorten met een beschermde status en Rode lijstsoorten (bedreigde soorten). De aanpak van het onderzoek naar flora en fauna verschilt van project tot project en is van tal van factoren afhankelijk, zoals de grootte van het terrein, de terreingesteldheid, de aard van het project en de aard van de opdracht. Het gaat dan vooral om de vraag hoe de waargenomen soorten het projectgebied gebruiken en of van de soorten vaste rust- en/of verblijfplaatsen aanwezig zijn in het betreffende gebied. Het onderzoek kan zich beperken tot een eerste verkenning (quickscan) of tot een complete studie. Eén en ander is afhankelijk van de opdracht, de situatie van het project (beginstadium of eindstadium) en de aard van het terrein. In bepaalde gevallen, zoals ter plaatse van toekomstige hoogwatergeulen in het Maasdal, worden natuurwaarden of specifieke soorten gedurende de uitvoering van het project gemonitoord.
Vervolgens wordt er getoetst aan onder andere de Flora- en faunawet, Europese Vogelrichtlijn, Natura 2000 en de Natuurbeschermingswet. Daartoe wordt een analyse gemaakt van de effecten van het project op de aanwezige beschermde en/of bedreigde soorten of op een gebied gelegen binnen de Ecologische hoofdstructuur en/of Natura-2000. Indien het om een bos of beplanting gaat, wordt er tevens getoetst op de Boswet of de gemeentelijke kapverordening. Het kan voorkomen dat het voorgenomen initiatief en de beschermde natuurwaarden in het gebied, niet goed met elkaar zijn te verengingen. Dan kan de aanvraag van een ontheffing op de Flora- en faunawet, het doen van een kapmelding, de aanvraag van een kapvergunning of de aanvraag van een vergunning Natuurbeschermingswet aan de orde zijn.
Vervolgens verstrekken we adviezen om de negatieve effecten te verzachten (mitigerende maatregelen) of om op een locatie in de omgeving te zorgen voor de ontwikkeling van alternatieve leefgebieden (compenserende maatregelen).
Naast inventarisaties van planten en dieren hoort ook het inventariseren en beoordelen van landschappelijke beplantingen (bomen, struiken) op vitaliteit of passendheid binnen een project tot onze activiteiten.
|